Don't Miss

    De ‘dorpsgekken’ van Venray? (deel 1)

    By on 11 december, 2012

    De dorpsgekken van Venray. Ieder ander dorp heeft ze ook, en menig inwoner heeft er jeugdherinneringen aan. In Venray hadden we vroeger twee inrichtingen voor de mentaal zwakkere medemens. Wij hadden er dus een paar meer. Nou vooruit, een paar honderd meer.

    Als kind noemden we ze ‘dorpsgekken’. Een betere term zou ‘markante inwoners’ zijn. Want zijn het niet de eigenaardigheden van een mens die kleur geven aan zijn omgeving? Als anders zijn betekent dat je meteen gek bent, dan zet mij ook maar op die lijst!

    Wie zijn ze ook alweer? De ‘gekken’ van toen en nu?

    Boerke. Een onverstaanbare brabbelaar; een patiënt. Hij was de grootste supporter en tevens het boegbeeld van de lokale voetbalclub. Waar SV Venray voetbalde, daar was Boerke. Of ja, daar waar Boerke was ging Venray voetballen. Zoiets! Boerke kwam wandelend, SV Venray met de bus. Als Boerke er niet was dan werd de wedstrijd zonder pardon gewoon afgelast. Was je zelf aan de late kant, dan vroeg je de tussenstand aan Boerke. “Hoeveel is het?”. Het antwoord was dan “Uh-Uh”, wat zoveel betekende als 1:1. Ooit stond hij voor mij bij de plaatselijke chocolaterie Lucassen in de Grote Straat. Hij wilde “uh snikhuh”. Een Snicker. Hij stond driftig met zijn vinger te gebaren. De dame pakte een Mars. “Anduhuh” sliste Boerke geïrriteerd. Een andere dus. Compleet confuus reikte ze hem vervolgens een Nuts aan. Boerke schudde het hoofd, nam het ding aan en betaalde. Hij had geen tijd voor al dat gedoe. Boerke had haast: Venray moest voebeluhh.

    Hento Fritske. Tegenwoordig werkzaam in de plantsoendienst. Hij hoorde vroeger bijna bij de inboedel van de Hento Bar. Fritske deed altijd stoer en populair. Kwam dan breed lopend binnen paraderen. Armen en benen wijd. Aan de kant voor Fritske! Je lag dan in een deuk; Fritske is namelijk drie duimen hoog. De Arnold Schwarzenegger van Madurodam. Onzeker als hij eigenlijk was deed hij zijn best om erbij te horen.  Frits was “un goej klötje” dus je gaf hem bij binnenkomst een warm onthaal. Af en toe een speldenprik: ‘hoe is het weer daar beneden?’. Fritske kon er wel om lachen. Vaak zag je hem op zijn Zündapp door het centrum patrouilleren. Altijd met één arm aan het stuur; de andere hing nonchalant naast zijn lichaam. Fritske was cool. Althans, dat dacht hij, en wij lieten hem. De beste man was gewoon grappig en aardig; we hadden niet voor niets allemaal een zwak voor hem.

    Vieze Pietje a.k.a. Dove Pietje. Hij is het namelijk beiden, maar slechts een van de twee is aangeboren. Loopt dagelijks alle winkels binnen om iets te hard “hallo” te zeggen tegen de dames. En ondertussen maar gluren en ongepaste opmerkingen maken. Vroeger stond Vieze Pietje geregeld in het bos te masturberen, met de broek op de enkels. De bomen hebben er tot op de dag van vandaag een trauma aan overgehouden. Stijf van de schrik! Bij het gemeentebad werd hij meermaals betrapt toen hij onder kleedhokjes ging gluren. Kiekeboe. Een regelrechte peepshow. Of Pietshow? Ik ken een groot aantal vrouwen die zeer onprettige herinneringen hebben aan deze meneer, dus wat mij betreft komt hij er met bovenstaande nog heel genadig vanaf.

    De joggende jezusbaard. Iedere Venraynaar moet hem ooit hebben zien joggen. Zomer en winter, en altijd in korte broek. Geen idee waar vandaan, geen idee waar naar toe, maar rennen zal hij! Ren Jezus, ren. De Forrest Gump van de lage landen. Een tijd geleden ging ik zelf hardlopen; ik heb zijn conditie niet dus stond na een paar kilometer even uit te hijgen. De jezusbaard kwam me voorbij denderen, hield even in, klopte me bemoedigend op de schouder en stak een duim op! We hebben geen woord gewisseld, maar het gebaar op zichzelf sprak boekdelen.

    Eefje of Marianne? Jezus rent. Eefje fietst! En hard. Tegen haar verzorgers zegt ze dat ze een rondje centrum gaat doen, maar vergeet te vermelden dat ze dat 700 keer gaat doen. En iedere keer exact hetzelfde rondje. “Hey daar komt Eefje!”. Je start de timer. “Hey daar is Eefje weer!”. Je stopt de timer. Zes minuten: ALWEER! Daar waar jogging Jezus zomer en winter in de korte broek vertoeft doet Eefje dat in een rokje. Er waait een frisse wind in Venray.

    Poes Moemel a.k.a Jopie. Hij moet inmiddels tegen de vijftig lopen, maar Poeske Moemel is ergens in de 70-er jaren blijven hangen. Hij zit net als vroeger op de crossfiets en maakt vrachtwagen geluiden als je voorbij komt. “Toet toet”. Soms heeft hij zo’n enorme ouderwetse ghettoblaster op de schouder. Jopie leeft gewoon in zijn eigen wereld, en op basis van hetgeen ik soms zie … is zijn wereld mooier dan die van mij.

    Pindamannetje. Een heel klein Indonesisch manneke op leeftijd. Hij vertoefde vaak in de beste dancing ooit: De Pentagon. Je verstond geen woord van hetgeen hij zei, maar dat hinderde niet. Hij kwam lachend binnen, en hij liep lachend naar buiten. Goedgemutst dus. Deze tandloze ukkepuk moet iedereen toch echt een keer ontmoet hebben destijds. Hoewel? Hij reikte niet veel hoger dan een barkruk, dus wellicht heb je hem over het hoofd gezien. Ik zag hem soms ook niet op tijd, maar dan rook ik hem wel. Het Pindamannetje had namelijk geregeld in de broek gepoept. Niet dat dat iemand boeide; je was blij dat deze grappige man de avond kwam opfleuren.

    Opa Punk a.k.a Paulus. Weet niet of hij nog leeft maar ik hoop het van harte. Ook Paulus liep ’s winters vaak in een korte broek, met wollen sokken en dichte slippers. Opa Punk was duidelijk soms een beetje de weg kwijt, maar iedereen die ooit met hem heeft gesproken weet ook dat hij geniaal is/was. Hij zag gewoon dingen die een normale sterveling ontgaan. Als kind ontliep ik de man, was er zelfs enigszins bang van. Op een gegeven moment stond ik op een vrijdagavond gekke bekken te trekken voor de Hema. Ik deed een poging om een beetje indruk te maken op de aanwezige meisjes. Paulus kwam plotseling voorbij lopen en zei: “En dan zeggen ze dat IK gek ben!”. Ik heb krom gelegen van het lachen en sindsdien was Paulus gewoon een toffe peer!

    Wat een prachtige en kleurrijke figuren zijn het toch! Laten we ze ook nooit meer dorpsgekken noemen. Het zijn markante inwoners!!! Ze hebben onze jeugd kleur gegeven, ons prachtige anekdotes bezorgd, en ons laten bulderen van het lachen. Wat mij betreft mogen ze met hun foto in De Artiest worden bijgehangen, naast alle andere ‘bekende’ Venraynaren. Ze zijn hier niet weg te denken en horen tot het erfgoed van deze gemeente. Op de foto ermee! De gemeente moet maar lekker een campagne starten om mensen naar ons dorp te lokken. Hier valt tenminste iets te beleven.

    De marketingslogan heb ik ook al voor ze:

    VENRAY IS ZO GEK NOG NIET!

    Aanvulling:
    Deel 2 vind je hier

    © 2012 – 2014, BrainDump. All rights reserved.

    About BrainDump

    Hersenspinsels en overpeinzingen vermengd met het nodige cynisme en sarcasme. That's me!